zondag 12 februari 2012

KNUPPEL  EN  HOENDERHOK


Dat hij magische krachten bezat
geloofde hier al niemand meer.
De laatste haan zou koning kraaien,
zijn oproep bij het eerste licht
wekte mens en ergernis.
De dieren ingedeeld naar decibellen
en onze haan, naar klagers' wens,
tot staan gebracht aan verlegde grens.

Gewaarschuwd zijn kat en vlinder
als ook het spinnen, de zachtste trilling,
ervaren wordt als hinder.
De merel, nu nog met bekroonde roep,
zijn dagen zijn geteld,
zoals hij, slaand, de rust verstoort.

De mens blijft achter in doodse stilte
waar alleen de eigen stem
zelfgenoegzaam wordt gehoord.



n.a.v. het voorstel om het houden van hanen te verbieden i.v.m. geluidsoverlast

donderdag 2 februari 2012

'DEN HELDER KUST DE ZEE'

Geschreven en gezongen n.a.v. de 'VIP-dag' van Triade, centrum voor kunsteducatie.

Waddenzee, Noordzee, twee armen open,
alles beweegt met de golven mee,
stroming en stormwind, getijden verlopen,
nooit komt het water tot rust,
Den Helder kust
de zee.

Waar meeuwen schreeuwen in de vlucht
hoor ik een oud geluid.
Het land laat ik achter
waar het eindigt aan de vloedlijn.
De branding rolt mij tegemoet,
tegen de dijk, over het strand

Ruimte reikt zover de blik kan gaan,
maakt de gedachten vrij.
Gedragen door het water
klinkt een lied onder de zon.
De wind voert verlangen met zich mee,
voorbij de stad, in het achterland.